1. Introductie
- Kort, maar frequent oefenen, geen lange periodes na één
- Stoppen als je gefrustreerd geraakt of geen zin meer hebt
- Jongleer als je vrolijk bent en er zin in hebt
Het systeem:
Bij alle oneven aantal ballen kruisen de ballen (3, 5, 7, 9, …), we noemen dit ‘cascade’.
Bij alle even aantal ballen kruisen de ballen NIET (4, 6, 8, …), we noemen dit ‘fontain’.
2. Eén bal
Werp één bal van je rechterhand naar je linkerhand.
- Doe dit onderhands
- Doe dit in een boogje
De bal heeft een perfecte hoogte als het op het hoogste punt voorbij de ogen komt.
Probeer voor je te kijken en een vast punt voor je te fixeren.
Let er op dat je:
- Rechtop staat, niet gebogen
- Niet vooruit loopt
Doet dit zowel van rechts naar links als van links naar rechts.
3. Twee ballen
Doe dit afwisselend met 2 ballen, ritme: op (R) – op (L) – vang (L) – vang (R)
Start zowel met de rechterhand als met de linkerhand.
Voorkomende problemen:
- Je geeft door. Dit moet je zeker proberen te vermijden! Alle ballen gaan de lucht in!
Volg het ritme op-op-vang-vang.
- Paniek: Je weet niet goed meer welke bal je eerst moet vangen, het patroon raakt nogal verward. Gooi een beetje hoger om jezelf meer tijd te geven om te denken.
- Slecht ritme. Dit heeft te maken met het afstemmen van hoogte en timing op elkaar. Denk hierover na, gooi een beetje hoger en denk na over het goeie ritme (op-op-vang-vang)
- Je slaagt er niet in de ballen te vangen, of juist te gooien. Ga dan even terug naar de oefening met 1 bal.
4. Drie ballen
Als je de oefening met 2 ballen heel goed kan, afwisselend met rechts en links startend, dan merk je dat je een tijd over hebt voor een derde bal, afwisselend in je rechter- en linkerhand.
Neem nu drie ballen.
Je start altijd met de hand waarin je 2 ballen hebt.
Ben je rechtshandig? Start dan met 2 ballen in je rechterhand, en doe de eerste worp vanuit je rechterhand. Linkshandig? Net het omgekeerde!
Laat ons rechtshandigen als voorbeeld nemen.
Gooi een bal op de aangeleerde manier van rechts naar links, gooi de linkerbal onder de andere bal als die op zijn hoogste punt is. Is de linkerbal op het hoogste punt? Dan gooi je de 3de bal vanuit je rechterhand onder die bal. (de 1ste bal heb je intussen gevangen in je linkerhand.
Als dit lukt, dan kan je jongleren met 3 ballen.
Problemen?
- Wacht niet te lang voor je een bal opgooit. Veel mensen wachten tot de eerste bal bijna in hun andere hand is om die op te gooien!
- Slecht patroon… Probeer terug 1 bal correct te gooien, daarna 2 ballen!
- Je loopt vooruit. Dit is een normaal probleem. Veel oefenen is de boodschap!
- Probeer in het algemeen rustig te jongleren, ga niet te snel!
Maar onthou, bovenal moet je veel oefenen!
5. De eerste trucs
- 1 bal over het patroon
- 1 bal constant over het patroon links en rechts (jugglers’ tennis)
- Half shower
- Reverse cascade
- 1 hoog [522]
- 1 hoog [5] en onderste 2 wisselen [2x2]
- 1 hoog, 360 [522]
- 1 bal achter de rug
- 1 bal over de schouder
- 1 bal onder been
- 1up-2up 4[4,4]
- 1up-2up met 1/2up als false 4[4,4]
© www.circusplanet.net,
jongleren door: Daan Yperman