Als je eenmaal kan balspinnen is het natuurlijk leuk om truukjes te gaan leren.
Hier een overzicht met wat mogelijkheden, natuurlijk kun je zelf variaties en
nieuwe truuks bedenken, balspin is een vrij nieuwe tak van jongleren, er valt
nog veel te ontdekken. Ik hoop dat het een beetje duidelijk is wat ik allemaal
schrijf; de truuks op zich zijn soms gemakkelijker dan hun beschrijving. Voor
sommige truuks kon ik geen passende Nederlandse naam bedenken, vandaar het gebruik
van Nederlandse en Engelse benamingen door elkaar...
Als de bal spint is er wrijving (met de lucht, maar vooral met je vingertop). Wrijving is je vijand. Wrijving vertraagt je balspin. Door wrijving duren balspin-runs doorgaans niet zo lang. Maar er is goed nieuws: Je kunt je runs verlengen door een langzaam spinnende bal weer op snelheid te brengen. Sla daarvoor de bal in de draairichting met losse hand ónder de evenaar. Als de draairichting van je vraagt om naar je gezicht toe te slaan raad ik je aan de bal eerst te transferen naar de ander hand, dat staat beter en is veiliger ook. Het is verbazingwekkend wat een spinnende bal kan hebben; je kunt de bal behoorlijk hard slaan. Tom Baker, een van ´s werelds beste balspinners, heeft nog een andere methode ontwikkeld om snelheid aan een balspin te geven. Tom laat soms de bal op zijn duim spinnen en geeft dan vaart aan de bal met de andere vingers van dezelfde hand. Gebruik makend van deze techniek kan Tom in beide handen een bal spinnen voor zolang hij wil. Als je dat ook wil leren doe dan niet te veel in een keer, want dit is erg belastend voor de gewrichten in je pols en je kunt zo gemakkelijk RSI-achtige klachten ontwikkelen. Als je je bal van buitenaf hebt opgegooid spint 'ie gelijk in de juiste hand (rechterhand: van bovenaf gezien tegen de klok in ), anders zul je eerst moeten transferen. Je kunt er voor kiezen met de middelvinger vaart te geven, de wijsvinger is dan gestrekt en doet niets, het vaartgeven kan echter ook met wijs -en middelvinger tegelijkertijd, dat is kwestie van smaak; doe dat wat jou het beste aanvoelt.
![]() |
|
| Een bal op stok wordt vlak onder de
evenaar aangeslagen. Let op dat Netwel van zijn gezicht afslaat, dat kan
omdat de bal van boven af gezien met de klok mee spint. |
De bal spint op de duim. De wijsvinger is langgestrekt, en maakt zo plaats voor de middelvinger die de bal aandrijft, ofwel op snelheid houdt. |
Een van de eenvoudigste truuks is de bal op te gooien vanuit een balspin, en hem daarna weer spinnend te vangen. Je kan zo de spin van vinger wisselen, of zelfs van hand. Een variatie is de bal tussendoor even op je hoofd, schouder, elleboog, knie of wat dan ook te laten bouncen. Als je wat meer ervaring accuratesse en lef met opgooien krijgt kun je de bal achter je rug langs of onder een been of arm door opgooien. Ook Transfers kunnen zo gedaan worden, de transfer achter je rug is erg moeilijk omdat je geen zicht hebt op wat je doet, maak het jezelf daarom wat gemakkelijker door je vingers te kruisen. Dit gekruisd-transferen kun je eerst voor je oefenen, als dat goed gaat probeer het dan achter je rug. Transfers en opgooien kun je ook met twee personen doen.
The walk is een continu Transfer: Spin de bal op je vinger, ga over op middelvinger, dan door op ringvinger, pink en weer terug. Simpel. Probeer ook eens een extended walk; waarbij twee handen naast elkaar één lange walk uitvoeren. Denkbaar is het om de extended walk te verlengen door met twee personen (twee, drie of vier handen) te werken: extra extended Walk. Zo kwam ik op het idee van de WalkAround (of Rondwandeling) waarbij de twee balspinners tijdens een exrta extended walk om elkaar heen lopen. Ongeveer zoals de welbekende jongleertruuk Runaround.
![]() |
| Netwel doet een walk tijdens een wandeling |
Simpel. Spin een bal en strek je arm helemaal uit, recht omhoog. Het vrijheidsbeeld stelt op zich niet veel voor maar vormt en fantastische combinatie met het jongleren van twee ballen in de andere hand. Als je ballen neemt van hetzelfde formaat, en ze op dezelfde hoogte gooit als de spinbal ziet het er erg cool uit. Het is ook erg leuk om pirouettes te draaien tijdens een vrijheidsbeeld.
Als je het over balspinnen hebt dan zijn de curl en haar zusje de reverse curl de klassieke truuks. De curl gaat zo: Spin de bal, draai je hand onder je arm door, strek dan je arm, en met het strekken van je pols breng je je hand en spinbal weer voor je. De reverse curl is precies wat de naam zegt: dezelfde beweging in tegengestelde richting. De curl en de reverse curl zien er vooral erg stoer uit als je ze doet zonder naar de balspin te kijken, klinkt moeilijker dan het is; in feite lukken mijzelf deze truuks beter als ik niet kijk, waarschijnlijk komt dat door een betere lichaamshouding.
![]() |
| Hier zie je het begin van een curl. De houding is er een zoals het niet hoort: Netwel kijkt te veel naar beneden en maakt het zich zo onnodig moeilijk. Merk op dat hij met zijn rechterhand achter zijn rug langs het t-shirt uit de weg trekt. |
Je kan met een balspin pirouettetjes draaien. Francis Brunn was daar een held in. In het begin is het vrij lastig om uit de draai weer tot stilstand te komen, maar enige oefening baart kunst. Je zult merken dat bij echt snelle pirouettes de bal niet meer loodrecht op je vinger staat maar dat je hem iets schuin houdt; alsof je de bal in de richting van je pirouette duwt. Een leuke en leerzame variatie is eerst een pirouette rechtsom te maken, dan de bal van hand te transferen om vervolgens weer linksom te pirouetten. Misschien is het mogelijk de bal hoog op te gooien, dan een piroutte te draaien om vervolgens de bal te vangen in een spin ; je zult daarvoor wel héél accuraat moeten kunnen opgooien én vangen.
Isolations zijn in enig opzicht een broer of zus van pirouettes. Bij een isolation spint de bal op één plek, terwijl je er zelf rondjes omheen loopt. Om dit goed te leren kun je een stokje in de grond zetten en je balspin boven de stok houden terwijl je zelf rondjes gaat lopen. Isolations zijn vooral gaaf als de spinnende arm laag maar lang gestrekt gehouden wordt, óf juist in vrijheidsbeeld-stijl hoog boven het hoofd. Je kunt zowel vooruit als achteruit rondjes lopen. Het kan voor een publiek erg grappig zijn als je daarbij verbaasd kijkt en met je vrije hand op je hoofd krabt, alsof je er zelf niets van begrijpt dat die bal daar zo op je vinger rond blijft tollen .
Ja het is zelfs mogelijk koprollen te maken met een balspin. Zowel voorover als achterover. Je arm bevind zich halverwege de koprol in een halve-curl houding, het is daarom goed de curl eerst te oefenen als je deze truuk gaat proberen. Koprollen gaat stukken gemakkelijker met een balspin-op-stok dan op een vinger. Deze truuk kan erg veel pijn doen als je hem oefent of uitvoert op harde ondergrond.
Ballen spinnen geweldig op een stok. Je kunt de bal direct op een stok opgooien. (Wat in feite de manier is waarop ik zelf heb leren balspinnen, vanaf de stok transferde ik de bal dan naar mijn spinvinger). Maar meeste mensen geven er de voorkeur aan eerst de bal op een vinger te spinnen en hem daarna op de stok te transferen. Eenmaal op de stok kun je er echt van alles mee doen. Geef de stok aan een kind, en de bal blijft gewoon spinnen; meeste kinderen vinden dat echt heel erg leuk. Of balanceer de stok op je kin, niet op je neus; het balanceren van een dunne stok op je neus kan erg gevaarlijk zijn. Als je dan een mooie kinbalans hebt van de balspin op de stok, trek dan plotseling de stok er tussenuit, laat de bal op je hoofd stuiteren en vang hem in een spin op je favoriete vinger. Gegarandeerd applaus, tenzij je alleen bent. Een ander idee is om de bal op een dubbel gepunte stok te spinnen. Gooi de bal hoog op, draai de stok 180° en vang de bal spinnend op de andere punt. Je kan ook de balspin op stok balanceren op een tweede stok, dit valt echt niet mee. Je kunt het gemakkelijker maken door een klein gaatje te boren in de onderkant van de bovenste stok, zodat de punt van de onderste er precies inpast. Er zijn lieden die dit valsspelen noemen, laat hen dan maar eens voordoen hoe het wél zou moeten...
|
|
| Charlie balanceert een bal op een stok op zijn kin. |
Voor suturnus spin je een bal op je vinger. De jongleerring die je in de andere hand houdt trek je er dan overheen. Houdt de ring op de hoogte van de evenaar en het geheel heeft wat weg van de planeet Saturnus. Saturnus is leuk om te variëren met bounces van de spinnende bal door de ring heen; erg moeilijk. Heel gaaf om dan na een aantal bounces de ring onder de bal door weg te trekken en in één beweging door de ring van boven weer over de bal heen te trekken; heeft iets weg van touwtjespringen. Nog moeilijker maar ook nog fraaier is het om Saturnus te combineren met de curl, waarbij de bal een curl maakt en de ring in de andere hand in deze beweging meegaat. Heel lastig want de hand die de ring vasthoudt maakt daarbij ook een soort curl beweging, maar dan onder de andere arm door én om de spinnende bal heen.
Deze balspinsite is onderdeel van Circusplanet
geschreven door Netwel, 2004